Bomen en vruchten

 Jullie mogen eten van alle planten, bomen en vruchten. (Genesis 1:29) De planten worden naar twee soorten onderscheiden(Genesis 1:11, 12 en als voedsel gegeven aan mens en dier.) En God zei: “Ik wil dat er uit de aarde gras en allerlei planten en bomen ontstaan. Planten die zaden maken en bomen waar vruchten aan groeien. Alle soorten bomen moeten hun eigen soort vruchten krijgen met zaad er in.” Wat Hij zei, gebeurde.  Er begon gras op de aarde te groeien en er ontstonden allerlei planten. Elke soort had zijn eigen soort zaad. En de bomen hadden allemaal hun eigen soort vruchten met zaad er in.

(Genesis 9:1-7)Mens en dier eten vegetarisch en dus kent de schepping vrede, en nog geen bloedvergieten.  God zegende Noach en zijn zonen en zei tegen hen: “Zorg dat jullie kinderen krijgen, zodat er heel veel mensen op aarde zullen komen. Ga over de hele aarde wonen.  En de dieren op het land, de vogels in de lucht en de vissen in de zee zullen opschrikken als ze jullie zien. Ze zijn voor jullie.  Voortaan mogen jullie alles eten. Niet langer alleen de planten, maar ook de dieren.  Jullie mogen alleen geen vlees eten waar het bloed nog in zit. Want in het bloed zit het leven.  Luister goed: Ik eis het leven van iedereen die iemand doodt. Hij moet met zijn eigen leven betalen. (Ook het bloed van een mens betekent leven. Als een dier een mens doodt, moet dat dier zelf ook gedood worden. Als een mens een ander mens doodt, moet die mens zelf ook gedood worden. Dat eis ik.)Dieren die een mens doden moeten met hun eigen leven betalen en mensen die een mens doden moeten met hun eigen leven betalen.  Iedereen die een mens doodt, zal daarvoor met zijn eigen leven moeten betalen. Hij moet worden gedood. Want hij heeft iemand gedood die op Mij lijkt. (Ik heb de mensen zo gemaakt dat ze op mij lijken. Daarom moet iemand die een ander mens doodt, zelf gedood worden.)Zorg dat jullie kinderen krijgen, zodat er heel veel mensen op aarde zullen komen. Want Ik wil dat er heel veel mensen op aarde komen.”

God de mens

God heeft de mens immers geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen. (Wijsheid 2:23) Verwijst naar (Genesis 1:26-27)

De Heer heeft de mens uit de aarde geschapen en doet hem naar haar terugkeren. Hij schonk de mensen een afgemeten aantal dagen, maar ook macht over alles wat er op aarde is. Hij heeft hen toegerust met zijn eigen kracht en hen naar zijn eigen beeld gemaakt. Alles wat leeft heeft hij ontzag voor de mens gegeven., opdat deze zou heersen over dieren en vogels. (Sirach 17:1-4)

Toen maakte JHWH, God de mens, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.

Blies hem levensadem in de neus-Het leemmodel van de mens wordt tot een levend weze door het inblazen van de ‘adem'(nesjama), die in het Hebreeuws ook vaak wordt gegeven met het woord roeach (‘geest’, ‘wind’, ‘adem’.

Laten wij mensen maken

U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie.(Psalm 8:6)U hebt de mensen veel macht gegeven, ze zijn bijna zo machtig als goden!

U hebt hem bijna een god gemaakt-Het geeft de mens een hoge positie in de schepping.

God zei: Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.

Laten wij mensen maken het meervoud ‘wij’verwijst naar een hemelse godenverandering; (Genesis 6:1-4)Er kwamen steeds meer mensen op de aarde.  En de zonen van God  zagen dat de dochters van de mensen erg mooi waren. Ze trouwden met hen, met wie ze maar wilden.  Toen zei de Heer: “Mijn Geest zal niet voor altijd de mensen blijven waarschuwen. Ze zijn sterfelijk en krijgen nog maar 120 jaar.”  Als je dit vers vergelijkt met 1 Petrus 3:20 lijkt dit te betekenen dat God besloot om nog 120 jaar af te wachten of de mensen zouden ophouden met de slechte dingen die ze deden. Daarna was de tijd om en zou zijn straf komen als ze niet veranderd waren.

 In die tijd en ook daarna leefden er reuzen op aarde. Dat waren de kinderen die geboren waren nadat de zonen van God getrouwd waren met de dochters van de mensen. Zij waren de grote, machtige helden uit de vroege tijd.

De aarde bevolken

Na het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad dreigt de tweede boom voor allerlei problemen te zorgen. Met het pas verworven inzicht, waartoe onder meer kennis over de seksualiteit behoort, zou het eten van de levensboom de mens ook nog onsterfelijkheid geven. (Genesis 3:22  En de Heer God zei: “De mens is nu net als Wij geworden. Want nu weet hij wat goed en wat kwaad is. Daarom mag hij nu niet meer van de boom van eeuwig leven eten. Want zo mag hij geen eeuwig leven krijgen.”).

Daarmee zou hij wel heel erg op God gaan lijken en zou de aarde ook nog overbevolkt kunnen raken. De verbanning uit de tuin van Eden voorkomt dt en zorgt ervoor dat de mensen invulling kunnen geven aan de opdracht de aarde te bewerken en te bevolken. (Genesis 3:23  Daarom stuurde de Heer God hem weg uit de tuin van Eden. Hij moest de aarde gaan bewerken waaruit hij was ontstaan. )

Adam en Eva

Zo stuurde Hij de mens weg. Aan de oostkant van de tuin van Eden plaatste Hij engelen met een heen en weer flitsend vurig zwaard. Zij bewaakten de toegang tot de boom van eeuwig leven. (Genesis 3:24)

Adam en Eva verbraken hun relatie met God op de volgende manier, zij waren ervan overtuigd dat hun manier beter was dan die van God, zij werden zich van zichzelf bewust en verstopten zich; zij probeerden zichzelf te verontschuldigen en te verdedigen. Om een relatie met God op te bouwen, moeten we deze stappen omkeren; we moeten ons niet verschuilen achter excuses en zelfverdediging; we moeten ophouden ons voor God te verbergen; we moeten ervan overtuigd raken dat Gods weg beter is dan de onze.

Het hof van Eden

‘Door te eten van de boom van de kennis
van goed en kwaad is de mens aan
Ons gelijk geworden. Als hij nu van
de boom van het leven eet, zal hij
ook nog voor altijd leven,’ zei de HERE
God. Daarom stuurde Hij de mens
voor altijd uit de hof van Eden weg:
hij moest het land gaan bewerken
waaruit hij was voortgekomen. God
verdreef de mens en plaatste aan de
oostkant van de hof cherubs en een
vlammend zwaard dat fl itsend heen
en weer schoot, om de toegang tot
de boom van het leven te bewaken.(Genesis 3:22-24)

Het leven in de hof van Eden leek op het leven in de hemel. Alles was volmaakt en als Adam en Eva aan God gehoorzaam waren gebleven, hadden zij er eeuwig kunnen blijven. Na de zonde hadden zij geen recht meer op het paradijs en stuurde God hen weg. Als ze in het hof waren blijven leven en gegeten zouden hebben van de boom van het leven, hadden ze voor eeuwig geleefd. Maar eeuwig leven terwijl je zondig bent, zou betekenen dat je je altijd voor God moest verbergen. Wij mensen hebben allemaal, net als Adam en Eva, gezondigd en zijn gescheiden van God. We hoeven alleen niet van Hem gescheiden te blijven.

De schepping

De schepping ziet verlangend uit naar
het moment waarop zal blijken wie
de kinderen van God zijn. De hele
schepping is namelijk onderworpen
aan dood en verval, hoewel niet uit
eigen vrije wil. God heeft dat gedaan
als gevolg van de zonde. Maar er is
hoop! Ook de schepping zal bevrijd
worden uit de macht van dood en
verval en dezelfde heerlijke vrijheid
krijgen als de kinderen van God.
Wij weten dat de hele schepping
in afwachting van dat grote moment
nog altijd zucht en kreunt als een
vrouw die moet baren.(Romeinen 8:19-22)

De hele schepping en niet alleen de mensen leed toen de zonde in de wereld kwam. Als wij zeggen dat we in een gevallen wereld leven, bedoelen we dat de zonde de hele schepping heeft laten vallen uit de perfecte staat waarin God haar gemaakt heeft.

Christenen zien de wereld zoals zij is, uiterlijk in verval en geestelijk geïnfecteerd met zonde.

De zonde watervervuiling

Tegen Adam zei Hij: ‘Omdat je naar
je vrouw hebt geluisterd en ondanks
mijn waarschuwing toch van de boom
hebt gegeten, zal Ik de aardbodem
vervloeken. Voortaan zul je hard
moeten werken om in leven te blijven.
Er zullen dorens en distels groeien
en van de wilde planten zul je eten.
Tot de dag van je dood zul je zwetend
het land bewerken om te kunnen
leven. Dan zal je lichaam vergaan
tot het stof van de aarde. Want uit
stof ben je gemaakt en tot stof zul je
weer worden.’ (Genesis 3:17-19)

De ongehoorzaamheid van Adam en Eva en hun verbanning uit Gods liefdevolle nabijheid, heeft invloed gehad op de hele schepping, ook op het milieu. Jaren geleden dachten mensen er niet aan dat rivieren vergiftigd kunnen worden door chemisch afval. Het leek onbeduidend, niet belangrijk. Inmiddels weten we dat zelfs een miljoenverdunning van bepaalde chemische stoffen onze gezondheid al kan schaden. De zonde in ons leven lijkt op zo’n watervervuiling. Zelfs de kleinste oplossing kan dodelijk zijn.

Adam en Eva man en vrouw

En de HERE God zei: ‘Het is niet
goed voor de mens alleen te zijn. Ik
zal iemand maken met wie hij zijn
leven kan delen en die hem kan helpen.’(Genesis 3:18) Helpen moet dus niet opgevat worden als ‘ondergeschikt’. Het gaat om complementariteit: de twee vullen elkaar aan.

Gods scheppingswerk was pas compleet toen Hij de vrouw gemaakt had. God had haar kunnen maken uit het stof van de aarde, net zoals Hij de man gemaakt had. Hij verkoos echter haar te maken uit een rib van de man. Door dit te doen, laat Hij zien dat man en vrouw één vlees worden in een huwelijk. Dit is een verborgen eenheid van het hart en leven van man en vrouw.