De vruchten van de boom

 De Heer God zette de mens in de tuin van Eden, om voor de tuin te zorgen.  Hij waarschuwde hem: “Je mag van alle bomen in de tuin eten zoveel je wil. (Genesis 2:16-17)

De vruchten van de boom

Waren de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad echte bomen? De bomen waren echt, maar symbolisch. Het eeuwige leven met God werd gesymboliseerd door het eten van de boom van het leven. De bomen waren echt en bezaten speciale eigenschappen. Door de vruchten van de boom van het leven te eten, konden Adam en Eva het eeuwige leven bezitten en genieten van het voortdurende contact met God. De zonde van Adam en Eva heeft hen gescheiden van de boom van het leven. Zo konden ze het eeuwige leven niet verkrijgen.

God van hemel en aarde

Toen de Heer God de hemel en de aarde maakte, maakte Hij ook de mens. Hij maakte hem van het stof van de aarde en blies de levensadem in zijn neus. Zo werd de mens een levend wezen. (Genesis 2:7)

Uit het stof van de aarde wil zeggen dat er niets bijzonders is aan de chemische elementen, waaruit wij allemaal gemaakt zijn. Het lichaam is een levenloos omhulsel tot God het leven maakt met zijn levensadem.Als God zijn levensadem van ons wegneemt, wordt ons lichaam weer stof. Daarom komen ons leven en onze waarde van de Geest van God. Veel mensen scheppen op over wat ze bereikt hebben, alsof zij zichzelf die mogelijkheden hebben gegeven. Anderen voelen zich waardeloos, omdat ze niets hebben bereikt waarover ze kunnen opscheppen. Maar de realiteit is dat het leven en de waarde ervan komt van de God van de schepping. Hij kiest ervoor ons die mysterieuze en verbazingwekkende gave van het leven te geven.

HIJ VORMDE HEM UIT STOF, UIT AARDE

Het Hebreeuwse werkwoord voor vormen (jatsar) betekent zoveel als boetseren door een pottenbakker of modelleren door een beeldhouwer. Het woord ‘stof’ wijst op de bevochtigde aarde, hier als leem gedacht. De woorden voor mens (adam) en aarde (adama) onderstrepen hoezeer mens en aarde elkaar verbonden zijn.

MAAK JE GEEN ZORGEN

DE HEER, JULLIE GOD, ZAL BIJ BIJ JULLIE ZIJN. HIJ IS MACHTIG, HIJ ZAL JULLIE BEVRIJDEN. HIJ HOUDT VAN JULLIE EN ZAL JULLIE VERGEVEN. HIJ ZAL BLIJ ZIJN OVER JULLIE, EN JUICHEN VAN VREUGDE. Wanneer we met God willen leven, blijdschap het resultaat is. We leven met God wanneer we Hem gelovig volgen en zijn geboden gehoorzamen. Dan zal God over ons juichen met een lied van vreugde.